Intro

Als u dit leest, kunt u van geluk spreken, u bent er nog. Zo begint het boek van de theoloog Kuitert (2007) die zelf niet in een hiernamaals gelooft. De dood is niet alleen een onontkoombaar gegeven en onlosmakelijk verbonden met het leven. Het doet iets met ons.
Wat doet de dood dan met ons? Bovendien, voordat je dood bent, moet je eerst sterven. Er is letterlijk gezien geen leven na de dood. Het leven is vóór de dood. Is het daarna dan helemaal afgelopen? In dit hoofdstuk zal ik beweren dat de dood een bijdrage kan leveren aan het vinden van de zin van het leven.
Ik keer me ook tegen de theoloog Van Beek die stelt dat het hier benden niet is. Ons leven is volgens hem een gestadig sterven. Het gaat er volgens hem uiteindelijk om wat er gebeurt na de dood. Dat is echter een visie met vervelende consequenties. Het haalt de blijheid uit het leven, bevestigt de huidige verhoudingen en minacht de waarde van het leven.
Veel christenen gaan op een opmerkelijke manier met het eeuwige leven om. Het lijkt soms wel dat ze geloven omdat ze dan zekerheid hebben over dat eeuwige leven. Het lijkt er dan op dat het geloof ontstaan is vanuit een angst voor de dood. Hun schuldbesef wordt dan ook nog weggehaald door de kruisiging en de opstanding van Jezus. Als er geen eeuwige leven in het vooruitzicht zou zijn, zouden veel mensen niet geloven.
Veel mensen zijn als de dood voor de dood. In dit hoofdstuk laat ik zien dat dat niet hoeft. Het is ook geen luchtig onderwerp en veel mensen sterven een wrede dood. Het is de vraag welke rol de dood speelt. Het wordt al wat minder eng door er over te schrijven, te lezen en te praten.
|